kapiteins, sula’s en sappige vrouwtjes leguanen

I weki no!
Ofwel goedemorgen in het Saramaccaans; een mengelmoes taal van Afrikaanse, Nederlandse, Portugese, Engelse en inheemse woorden. Gelukkig ook her en der wat Nederlands, helpt wel in de communicatie.

Een bericht uit Boven Suriname dus, want daar was ik gebleven, in het tropisch regenwoud, bij de Saramaccanen, de oudste Marrongemeenschappen, ook wel creolen of bosnegers genoemd.

De dagen aldaar zijn echt super! Een prima hutje aan de rivier, veel hangmatten, prachtig uitzicht en ’s avonds een mooie sterrenhemel met het geluid van honderden krekels en kikkers. De kikkers (en legio ander klein gedierte) zitten wel echt overal dus zaklantaarn is noodzakelijk goed. Ik vond er oa eentje in de toiletpot!
Overigens werden deze geluiden tijdens het avondeten aangevuld met een continue repeterende cd (want via generator stroom tussen 6 en 10): “this car is automatic, systematic, hyyyydromatic… Why, it could be greased lightning – grease lightning!”
Een bijzondere combi zullen we maar zeggen. @Michel: jammer dat je in India zit, jij was er vast blij van geworden 🙂

Overdag maken we wandelingen tussen en door de dorpen en de kostgrondjes, met tussendoor veel zwemmen in de rivier en uiteraard hangmatteren, m’n grote hobby.

Ook varen we nog eens 2,5 uur verder stroomopwaarts richting Tapawatra waterval/sula’s. Denk nu niet aan de Vic Falls o.i.d., want weliswaar best breed maar nog geen 3 meter hoog. Desalniettemin super om te zwemmen en Haidy (eigenaar kampement/ lodge en bootsman) laat de mooie plekjes zien. Dit klinkt natuurlijk allemaal wel stoer en gedurfd maar eerlijkheid verbiedt te zeggen dat hij een stuk zelfverzekerder over de rotsen, de glibberplanten en stroomversnellingen liep. Moet een belachelijk gezicht zijn geweest, stoere man op z’n blote voeten en ik in m’n bikini en op slippers stuntelend erachter aan. Bovendien bleek bikini niet stroomversnelling proof te zijn dus naast dat ik druk was om niet zelf ergens een etage lager te belanden of juist achter een puntige rots te blijven steken, was het ook nog best een toer om bikini en slippers aan het lichaam te houden. Even verderop dreef het vel van een mega anaconda, hetgeen me niet echt een heel rustig gevoel gaf, maar goed, had nog nooit van de combi waterval en anaconda gehoord en ook de piranha’s waren volgens zeggen niet in de buurt, kortom, heb me maar vooral bezig gehouden met genieten. Ook vermeldenswaardig: géén gebroken teen opgelopen!
Op zich handig want had vooraf geen navraag gedaan over het specialisme van de plaatselijke dresiman. Al raak ik tijdens de wandeling door een dorpje wel aan de praat met een man wiens arm in allerlei doeken gewikkeld zit, met daaronder een dikke laag, sterk ruikende, kruiden. Volgens hem komt het zo weer helemaal goed met de breuk en wie ben ik om dat te betwisten?

Die wandeling was trouwens wel echt bijzonder. De andere twee Nederlanders waren al terug naar de stad en ik had besloten nog een dagje extra te blijven. Ging samen met Haidy en kokkie Oliva het dorp in, vogeltje met kooitje ging ook mee (“Wat ga je doen met het vogeltje?” Gewoon, beetje mee wandelen, is toch leuk voor hem, ja toch?”).
Kortom, met kokkie en vogeltje de boot in, vertrek was gepland tussen 9 en half tien, we vertrokken om 11.15 uur. Maar dat kwam omdat er nog een konijn gevild en schoongemaakt moest worden. Terwijl ik ’s morgens wakker werd middels plons in de rivier, zat Haidy op de steiger iets in stukken te snijden en schoon te maken, navraag leerde dat het een konijntje was (men gebruik nogal veel verkleinwoorden). Grappig detail, ik herkende niet het beest (lag al uiteen) maar wel z’n ‘snijplank’, dat was namelijk de rugleuning uit het bootje. Multifunctioneel materiaal hier. Ik vraag of dat de buit is van gisteravond want toen hoorde ik een schot vlak achter m’n hutje en inderdaad… Het menu voor de avond is me in ieder geval duidelijk, ik neem nog maar eens een plons om goed wakker te worden.

Hoe dan ook, eenmaal in het dorp, komen we, na een kennismaking met de kapitein van het dorp en het uit de boom vissen van een grote pompelmoes (ik was er niet goed in, hengelde tot 2x toe de verkeerde en dus kochten we er 3 ipv 1) aan bij een grote groep mannen. Haidy zegt zachtjes dat dit de familie is van de overleden man. Lang verhaal kort, ze praten wat, stoel wordt bijgeschoven en 2 uur later en 3 djogo’s verder zitten we er nog steeds. Het lijkt wel of de drank hier uit de grond groeit, zoveel flessen staan er al. Inmiddels is een groot deel van het verhaal voor me vertaald (onderling praten ze Saramaccaans) en ben ik helemaal bij. Weet niet goed wat te zeggen en hoe te reageren, wil de cultuur respecteren en ben bang om iets fouts te zeggen, toch een teer onderwerp. Weet ik veel of het wel of niet reëel van ze is dat ze maar 30 liter rum, 20 pangi’s (omslagdoeken), een hakmes, 2 hangmatten en vat benzine als vergoeding vragen/ eisen van de familie van de ‘dader’.

In Botopassi (dorp van slachtoffer) heerst uiteraard een andere sfeer dan in het buurdorp Pikin Slee (dorp van ‘dader’).
Paar dagen eerder had een vrouw bij het museum(pje) van Pikin Slee al veel uitgelegd over traditie, cultuur maar ook de dagelijkse gang van zaken en natuurlijk de actualiteit rondom het ongeluk. Deze dame, Corina, is Nederlandse maar woont er al 3 jaar en is inmiddels onderdeel van het dorp. Ze wist ons zonder probleem urenlang te boeien met verhalen, onder het genot van de lekkerste vers gemaakte bakabana’s. Om je vingers bij op te eten!

Aangaande het ongeluk vertelde ze dat volgens traditie o.a. een deel van het dorp vernietigd zal worden (lees huizen / hutjes van de familie van de dader) maar dat de beide kapiteins probeerden tot een moderne oplossing te komen. Tot die tijd mogen familieleden niet meer hun huis uit. De dader zelf zit op politiebureau in Paramaribo en ook al is het vanaf begin af aan duidelijk dat het geen opzet maar een ongeluk was, hij zal nooit meer mogen terugkeren naar z’n dorp.

Een dag later bleek dat de moderne oplossing nog niet was gevonden en ik hoorde van twee andere mensen dat Pikin Slee inmiddels afgesloten was, niemand mocht het dorp meer in en er was in Botopassi reeds een selecte groep mannen benoemd die over zouden gaan tot vernietiging. In Botopassi vertelde ze me dat ze dit op een nette manier zouden doen; zangvogels en bomen zouden bespaard blijven en niets zonder aankondiging.

Al met al heel wat commotie. Ondertussen gaat het jagen gewoon door, ongeluk of geen ongeluk. Konijnen dus maar ook kaaimannen, bosvarkens en leguanen (de mannetjes zijn taai, de vrouwtjes sappig), zelfs die schattige kleine zwarte aapjes die we in de bomen zagen. Ik eet deze dagen redelijk vegetarisch, vertrouw die fijngehakte stukjes vlees voor geen meter. Kip zegt kokkie, maar ik heb elke dag de kippen in de ren geteld en miste er geeneen…

Naast de tradities rondom dit soort uitzonderlijke zaken is er nog veel meer te leren. Op de terugweg in de boot is er hilariteit alom wanneer blijkt dat de mannen in de boot het over mij hebben. Natuurlijk versta ik dat niet maar een Nederlandse dame die een van de loges langs de rivier runt spreekt de taal wel degelijk en ze moet opeens verschrikkelijk lachen. Ze vertaalt en zegt dat een vd mannen (type jungle guerrilla) wel met mij wil trouwen; het gebrek aan de zo gewenste volumineuze rondingen wordt gecompenseerd door het feit dat ik een Bakra ben en dus geld bezit. In eerste instantie generen de heren zich een beetje, ze zijn tenslotte in hun conversatie betrapt, maar als ik lachend antwoord dat een Hollandse vrouw hem nog zwaar zal vallen is de discussie geopend. Ik geef aan dat ik dan de eerste vrouwelijke bootsman op de rivier wil worden, dat ik me ga bemoeien met het onderwijs en zeker geen tijd en zin zal hebben om zijn kleren in de rivier te gaan wassen. Bovendien geen bier voor 12 uur ’s middags. Na vertaling lachen ze hun gouden tanden bloot en een van de coole dudes vereeuwigt ons middels zijn tablet. Door alle barsten in de glas is het amper te zien maar ‘Ronnie’ is er blij mee.

Eenmaal weer in Atjoni word ik belaagd door buschauffeurs. Teveel busjes, teveel bootjes, te weinig passagiers. Ik zie geen Bert en/of loverboy busje en volg dus maar degene die sowieso met mijn rugzak in z’n handen loopt. Door de geblindeerde ramen kan ik niet zien hoe vol het busje zit en nadat rugzak op dak ligt blijk ik pas nummer twee te zijn (reizigersfout nr 1).

Passagier nummer één is een Nederlandse man die hier, gezien zijn looks en het feit dat hij de taal spreekt, duidelijk al langer woont. Navraag leert dat hij inderdaad reeds sinds de binnenlandse oorlog aan de rivier woont, ooit gekomen om op te komen voor mensenrechten en nooit meer weggegaan. We praten over projecten en onderzoek waar hij aan mee werkt, z’n bedrijfjes, over de Engelse ziekte en het waarom, het drama van de waterleiding van Botopassi, het effect van de nieuw aangelegde weg, het verband tussen hygiëne en allergieën, de cultuur en weet ik wat al niet meer. Intrigerend want hij weet enorm veel. Als ik hem later bij het guesthouse omschrijf blijkt het de man te zijn van wie ik diverse artikelen en stukjes in de krant heb gelezen, een bekend persoon in Suriname en de enige Nederlander dus die al ruim 25 jaar langs de rivier leeft (zonder waterleiding of elektriciteit). Tja, dat heb je ervan als je je niet voorstelt maar meteen begint te praten.

Ik kies voor een guesthouse in een andere wijk, Rainville, aan de rand van het centrum. Oud minister van justitie blijkt in het huis te hebben gewoond, hij was een van de slachtoffers van de decembermoorden. Echt alles lijkt hier een verhaal te hebben en iedereen kent iedereen. Wat een land!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s