coffee, mud, volcanoes and more

Telica vulkaan was ’tuani’! Wat een uitzicht… dat wil zeggen, als je eenmaal boven bent…

Ook een indrukwekkende grote krater, vooral ook omdat ik ‘m onheilspellende geluiden vond produceren, veel gerommel en rookpluimen. Gelukkig geen uitbarsting terwijl we daar zijn, wél een mooie zonsondergang en het is echt genieten, zittend bovenop een mega rots met 360 gr view. Me, myself and I ( and a beer), on top of the world. Als het eenmaal donker is is er helaas weinig tijd om de lava te zien, we moeten tenslotte nog naar beneden zien te komen aangezien overnachten dus momenteel niet toegestaan is. Best spannend met hoofdlampen op, maar zonder gezwikte enkels of erger weer in Leon gearriveerd. En wat een sterrenhemel daar boven! Toptrip dus.

Ook pak ik hier wat strand mee, las Peñitas is niet ver weg en de golven daar zijn fantastisch, perfect om de hitte van Leon weg te spoelen. Ik twijfel nog om een surfles te nemen, hoort er hier eigenlijk wel bij, maar zwemmen en duiken in de golven vind ik eigenlijk al heerlijk dus waarom zou ik?

De avonden in Leon zijn gezellig, ik ga wat cafeetjes af, vergezelt door m’n onderbuurman die 3 maanden vanuit Leon werkt. Heeft op diverse plekken in de wereld gewoond dus genoeg conversatie materiaal, en passant leer ik ook nog wat over de voor mij onbekende filmwereld en nuttigen we de nodige drankjes, incl. diverse foute cocktails. Een godswonder dat de katers achterwege blijven. Komt misschien door het hoge gehalte kerken die ik gedurende de dag bewonder?

Ondanks de gezelligheid besluit ik iets eerder door te reizen naar Matagalpa, mede omdat er op 1 januari weinig bussen rijden. Ik haal m’n laatste baguette met een grote coffee con leche en maak deze combinatie nog aangenamer door ervan te genieten bovenop het dak van de grootste kathedraal van midden Amerika. Uitzicht op zes vulkanen en met blote voeten lopend over de wit gepleisterde koepels. Het is nog vroeg en ik ben de enige. Mooie start van de laatste dag van het jaar en perfecte plek voor een terugblikmomentje.

O.a. dankzij een lift (families met pick up trucks werken prima, je mag bijna altijd mee in de laadbak, deze keer tussen de aardappelen en kinderen) beland ik vlotjes in een klein hostel in Matagalpa, gerund door een stel uit Barcelona en ik word meteen uitgenodigd om ‘s avonds aan te sluiten bij een feest met hun vrienden.
Hier hebben ze overal een soort Abraham op een stoel in de tuin zitten, ‘El Viejo’: deze poppen zijn gevuld met vuurwerk en symboliek voor het oude jaar. Kortom, veel knalwerk om middernacht. Voor siervuurwerk hoef je Nicaragua daarentegen niet op te zoeken.

En dan is het tijd voor la ruta de café.
“Join the locals in the harvest, hike through neighboring cloud forest and sip plenty of coffee (or rum) while listening to ranchero troubadours jamming under a harvest moon”.

Dat is in een notendop wat ik de eerste week van het nieuwe jaar gedaan heb. Variërend van primitieve maar gezellige homestays in Miraflor tot een relatief luxe finca, beide overigens met uitzichten om bij weg te dromen. Veel gelopen, veel gezien, met en zonder gids.

Ik heb vast gezeten in de modder, ben regelmatig verkeerd gelopen (ondanks de toch best duidelijke aanwijzingen op de paden) en werd ‘s morgens vroeg wakker van ofwel brulapen (finca hoog in de bergen) ofwel van kindjes, honden, hanen of een combinatie. Ik leer van alles over koffie (en pluk vervolgens zodra de kans zich voordoet de rode vruchten om vervolgens te sabbelen op de slijmerige zoete inhoud), zie dat ze Gouda kaas maken in Selva Negra (tot zover het patent) en ik help in de keuken tijdens mijn verblijf in Miraflor. Ze koken op een houtvuur, al staat er ook een plaat met twee gasbranders maar dat vinden ze maar onhandig. Ongelofelijk dat er niets aanbrandt in die pannen. De dame des huizes ratelt aan een stuk door (compleet onverstaanbaar) terwijl ik probeer met een mega mes een komkommer enigszins fatsoenlijk te schillen. Dunschillers kennen ze denk ik niet. Zij kijkt vol verbazing hoe langzaam ik ben maar ik kijk wel uit. Eerder die dag vertelde de gids dat zijn opa 2 dagen terug een ongelukje had gehad met zo’n manchette en dat z’n duim er nu af ligt (nu overigens alweer aan t werk, hier geen ziekteverlof). Aangezien alles hier in Miraflor te paard of te voet gaat, met uitzondering van die 2 bussen per dag en een paar brommers, is het bereiken van goede medische hulp niet eenvoudig. Dit is ook de reden dat ik (halverwege) weiger verder te klimmen langs een rotswand bij een waterval. Of eigenlijk weigerden de twee Duitse dames met wie ik op pad was en die nog beneden stonden en ze hadden gelijk. Waarschijnlijk hielp het kijken naar mijn gestuntel met het maken van hun beslissing. Een misstap en je kukelt zo’n 6 meter naar beneden, met enkel rotsen om je val ‘te breken’. Het zorgde wel voor een flinke tippel terug richting rivier maar ach, we hadden de tijd. Jaimie, de gids van 21 snapte er niets van. Maar goed, de volgende dag sprong z’n maatje bij een andere waterval zo de diepte in, ook dat deed ik echt niet na.. Hij snapte ook oprecht niets van het feit dat hij drie vrouwen bij zich had (de volgende dag zelfs vijf) die allen geen kinderen hadden. Zijn gezicht sprak boekdelen en je kon het vraagteken boven z’n hoofd zo uittekenen.

Feit is ook dat ik enorm veel geluk had toen ik van Estelí (in t noorden) naar rio San Juan (in t zuiden) wilde. De meningen over 1 of 2 dagen reizen verschilden nogal, met name omdat het laatste stuk per boot moest. Ik had me al neergelegd bij een tussenstop / nacht halverwege maar het verliep allemaal vlotjes. Afgeladen bussen maar ik heb een zitplaats en een open raam voor frisse lucht, dus eigenlijk hang ik 8 uur lang als een hond met m’n snuit buiten boord, stof te happen. Bij elke stop, en dat waren er nogal wat ondanks het label ‘bus expreso’, werd de bus bestormd door verkopers van eten en drinken dus ook daar geen tekort aan. De grote rugzak werd met een flinke zwaai op t dak gegooid (ik doe het ‘m niet na) vergezeld van o.a. een televisie (die ging iets subtieler naar boven) en een doos met kippen. Als ik aangeef dat ik graag de laatste (snelle) boot naar El Castillo wil halen halen ze heel tof als eerste mijn ruzak weer naar beneden en vervolgens roepen ze dat ik moet rennen. Tja, maar waarheen? Gelukkig blijkt San Carlos niet groot en de lancha’s liggen vlakbij. 5 minuten nadat ik arriveer vertrekt de boot. Zoals gezegd, soms moet je geluk hebben. Onderweg gaat de zon onder en het is heerlijk en mooi op de almachtige Rio San Juan, daar waar heel wat ruzies over zijn tussen Nicaragua en Costa Rica. In de bus ook stickers met ‘el Rio San Juan es Nica, hoy y siempre’.

Onderweg duimen draaien dat het hotelletje plaats heeft want met slechts 5 kamers is er niet heel veel uitwijk mogelijkheid, behalve wellicht een overnachting tussen de restanten van het fort? Echter, ze heeft plaats en het balkon met schommelbank boven de rivier ziet er precies zo uit als op internet. Niet dat ik iets van het uitzicht zag want het was inmiddels donker maar even verderop kreeg ik vis van de grill onder een prachtige sterrenhemel, de douche was warm, het bed comfortabel en het geluid van de stroomversnellingen bleek een prima achtergrondgeluid om bij in slaap te vallen.

De volgende ochtend wederom geen uitzicht want dichte mist boven de rivier en ik kijk opeens iets minder uit naar m’n trip naar het NP Indio-Maíz. Echter, het is pas 6 uur en men geeft aan dat voor 8 uur prachtig helder en zonnig is, en zo geschiedde..

De avond ervoor 2 Fransen ontmoet en ik ga met hun mee: kanoën en hiken. Super leuke dag al was het best pittig. Ik deel de kano met Jean François en na zo’n twee uur roeien zijn we er echt wel klaar mee, ik was de engine en hij de bestuurder, hetgeen zeer waarschijnlijk de beste rol verdeling was ookal slingerden we ‘lichtjes’ en moest hij echt wel mee peddelen anders kwamen we niet echt vooruit. Gelukkig konden we af en toe stoppen om aapjes of vogels te kijken. Slecht 1 keer zitten we zo ongeveer vast in de takken maar wanneer de gids roept dat daar vaak slangen zitten zijn we verrassend snel weer midden op de rivier: “Jean François, vamos, fuerte, rapido, NOW!”. “Tranquilo Yvette, ne pas de problem.” Non Jean François, c’est un grande problem, go go go”. Hij ligt in een deuk en zegt dat ik nogal directief ben, ik kan er pas later om lachen..

Als we vervolgens (eindelijk) bij het begin van het NP zijn verwisselen we de teenslippers voor de inmiddels bekende rubberlaarzen, hier gangbaar als je gaat lopen, dit ivm de enorme modder. Deze keer let ik beter op; geen scheurtjes en de juiste maat, ik heb m’n lesjes geleerd nadat ik in t noorden een tien minuten durende balanceeract had omdat m’n linkerlaars muurvast zat in de blubber en zeiknatte sokken vind ik ook niet prettig. Al doende leert men..
We zien veel, variërend van de zeer giftige (en zeer kleine) blue jeans frog en nog wat verwante en felgekleurde vriendjes, slingerende apen, medicinale planten, spinnen, vogels en veel verse sporen van een kleine jaguar. In de hitte via modderpaden door ‘pristine forest’ struinen zorgt voor de nodige zweetdruppels maar gelukkig naderhand afkoelen middels een duik in een rivier, en daarna met de motorboot weer terug. Halverwege verliezen we bijna nog een kano wanneer deze kantelt en dus volloopt, best heel gedoe en de kano komt er niet onbeschadigd van af. Ik bemoei me er wijselijk niet mee en houd de lancha in evenwicht terwijl de heren het zware werk doen.

De volgende dag mag ik weer mee met de mannen, deze keer zonder kano’s (unaniem besluit als we onze handen bekijken: blaren en splinters) maar met de boot naar rio Santa Cruz, vroeg uit de veren maar super mooi! Apen, leguanen, schildpadden en mega veel vogels (@Michel, Renate en Sander: ook hier de teigûreigûr..). De kaaimannen waren op de vakantie maar ach, dat maakte het zwemmomentje wel zo relaxed. Halverwege wordt er suikerriet gekapt en met de enorme manchette vliegensvlug geschild (mes werd gewassen in de rivier, dat baarde me wel wat zorgen maar goed, ik leek de enige dus maar verder niet meer bij nagedacht) en hopla, we hadden ons ontbijt, tezamen met een kokosnoot om de dorst te lessen. Hoe eenvoudiger (en mooi) kan t leven zijn?!
Terug bij het hotelletje heeft men de laptop voor me klaar staan, men vroeg al een paar keer of ik ‘Káátia nogiets’ kende, een of ander tv programma. Geen idee waar ze het over hadden maar beeld helpt, want ja, Katja Schuurmans herkende ik wel (el nombre es Kàtja, no Káátia..). BNN op reis, zelfde kamer, deels zelfde trip, al zag Katja er een stuk frisser uit op de camera. De gids vertelde hoe het filmen was verlopen, wel grappig en ze zijn er oprecht trots op. En ja, het is een bijzondere plek, zelfs bovenop het fort zie ik slechts 4 andere mensen, hopelijk blijft het zo. Nergens WiFi, restaurantjes veelal zonder menu maar met heerlijke vis, iedereen op rubberlaarzen of slippers, overal vissers in kleine bootjes en nog een verrassend luxe hotelletje ook, wat wil een mens nog meer?

Nou, bijvoorbeeld het nieuws dat sinds 3 maanden de brug naar Costa Rica is geopend, hetgeen reistijd scheelt, en dat is altijd fijn nieuws. Ik had me nog helemaal niet verdiept in het buurland maar ja, ben nu bij de grens dus toch maar eroverheen dan. Met toch echt wel wat twijfel neem ik afscheid van Nicaragua. Wat een heerlijk land, voelt veilig, hartelijk, welkom en wordt zeker nog niet overlopen door toeristen. Al moet ik daarbij wel zeggen dat ik de toeristentrekker SJDS bewust heb overgeslagen, dus misschien een wat vertekend beeld. Hoe dan ook: top land!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s