de W van W-trail, Wind, Waanzinnige natuur en van ‘What the f* happened’

Patagonia (Spanish pronunciation: [pa.ta.ˈɣo.ni̯a]) is a sparsely populated region located at the southern end of South America, shared by Argentina and Chile. The region comprises the southern section of the Andes mountains as well as the deserts,steppes and grasslands east of this southern portion of the Andes.


Het heeft wat jaren moeten duren, maar.. uiteindelijk ben ik er dan toch: Patagonië!
3000 km ten zuiden van Santiago de Chile stap ik uit het Sky Airline vliegtuig. Hier enkel backpackers in outdoor kleding,  verspreidt over het verrassend hoge aantal hostels en hotels van Punta Arenas, om elkaar ’s avonds weer bij de door Trip Advisor geadviseerde restaurantjes tegen te komen. De tijd van Lonely Planet lijkt toch echt voorbij. En ja, mocht je er ook eens belanden; la Cuisine is zeker de moeite waard, evenals cafe Tapiz.

Voordat ik de bus pak van Punta Arenas naar Puerta Natales (hetgeen weer 250 km noordelijker ligt) wil ik uiteraard eerst even flink uitwaaien op de ferry naar Isla Magdalena. Daar waar elk jaar duizenden pinguins arriveren vanuit Zuid-Brazilië (best een flink zwemtochtje) om vervolgens kids te baren, en te voeden totdat ze groot genoeg zijn om mee terug te zwemmen. Het is duidelijk hun eiland en we mogen er een uurtje rondkijken mits we op het pad blijven. Kortom, te gast en zo hoort het ook. Ze lijken zich niet bepaald te storen aan de mensen en waggelen vlak voor je voeten langs. Super cute.


En dan is het zo ver, Torres del Paine NP! Daar waar o.a. Philippe en Lo al jaren zulke mooie herinneringen aan hebben, en die wil ik ook.. Zo veel zin in!!

img_5404Om 7 uur in de ochtend zie je een bijzonder tafereel in het dorpje Puerto Natales. Vanuit alle straten lopen mensen met rugzakken op richting het busstation. Zwijgzaam sluit een ieder aan en iedereen lijkt verzonken in z’n eigen gedachten. “Heb ik alles bij me? Heb ik teveel bij me? Zou het weer echt zo snel omslaan? Hoe druk zal de W zijn? Zal ik toch de O doen? Of de Q..”

Lijkt geheimtaal, behalve voor de mensen die er geweest zijn. De W route is de meest gangbare trail (en dus drukste deel). De O betekent the full circle en de Q biedt nog een 5 uur durend ‘staartje’ in ’t zuiden. De O klinkt mij het aantrekkelijkst in de oren, zo’n 9 dagen, beetje afhankelijk van je tempo. Maar… dat betekent je eigen tent mee, je kookspullen, je eten etc. En dat klinkt me nu wat minder aantrekkelijk, gegeven het feit dat dat allemaal op je rug mee moet en in dit geval geen extra rug om spullen te verdelen. Kortom, het plan is de W en een stapelbed in de refugio’s.

Dus.. 7.00 u naar busstation, de zon komt door en amper wind, ik loop in een t-shirt; waar kan ik tekenen voor 6 dagen dit weer? Rod Stewart in de bus terwijl we over de – geasfalteerde – Ruta Fin del Mundo richting het park zoeven, leuke naam, klinkt veelbelovend.
Om 12.00 uur de catamaran om het Pehoé meer te overbruggen en dan stappen richting de 1e overnachting. Een kleine 4 uur later op plaats van bestemming, met een prachtig uitzicht (vlakbij dan, 15 min verderop en dat kon er zeker nog wel bij) op de Grey glacier, onderdeel van Southern Patagonian Ice field, de 3e grootste ter wereld. Super mooi! De volgende ochtend loop ik nog een stuk verder, daar waar ‘W’ in ‘O’ overgaat, maar belangrijker, daar waar je nog veel dichterbij de gletsjer rand kan komen (en daar waar ze enge, hoge, lange hangbruggen hebben).

Van bovenaf lastig in te schatten maar denk gerust dat de wand, gerekend vanaf de waterlijn, 20-30m hoog is, als er een stuk afbreekt klinkt het alsof het gaat onweren.
Eenmaal weer terug bij de refugio biets ik nog wat warm water om m’n thermos met verse gemberthee te vullen, ik hap een boterham weg en dan terug lopen naar refugio Paine Grande.
Na een heerlijke douche aldaar schijnt de zon nog steeds dus nog lekker even buiten zitten, starend over ‘t water en met stiekem een beetje leedvermaak als ik de mensen zie ploeteren om hun tent op te zetten terwijl de enorme wind hun pogingen direct om zeep helpt. Blij met m’n stapelbed. Blij met alles eigenlijk!


Volgens de mensen van het park waait het overigens helemaal niet zo hard maar dat is denk ik kwestie van perceptie, of wellicht gewenning? Paar dagen geleden was het nog 80 km/pu, nou dan moet je volgens mij toch echt wel uitkijken, zelfs met rugzak op je rug.

De volgende ochtend zonsopkomst bij het meer en het is opeens haast windstil, ongelofelijk, het water is als een spiegel en de deels witte bergen weerkaatsen. Wat een heerlijkheid, zo in je eentje lopen door die immense natuur!
En als je je vertrektijd een beetje slim plant dan mis je de grotere groepen en dan is het helemaal niet zo druk.

Iets wat je natuurlijk niet moet combineren met op je plaat gaan, want dan zijn extra mensen toch wel handig. Ik weet niet hoe ik het voor elkaar kreeg maar ik keek naar een passerend konijn, ik struikel, val en de poging om mezelf goed op te vangen mislukt. Erg onhandig dus en ik kletter hard tegen de stenen, touch down. Als ik wat versuft probeer weer omhoog te komen zie ik al direct aardig wat bloed op de stenen. Gek, eerste wat je dan doet (althans, wat ik dan dus blijkbaar doe) is met je tong langs je tanden gaan. Mooi die zitten er nog, maar duidelijk paar tanden door de lip, bovendien voel ik de gehele linkerkant van m’n gezicht al meteen dik worden, dit voorspelt weinig goeds, en zo voelde het eigenlijk ook. Ik krabbel met links deels overeind (rechts functioneert niet zo goed), doe m’n rugzak af en zoek naar toiletpapier om dat bloeden te stoppen, en met name ook om te weten waar het allemaal vandaan komt. Ik zit enorm te klunsen en vervloek mezelf, maar gelukkig komt in de verte een ‘rescue team’ aan en, naar bleek later, ook nog Zwitsers. Dat wil zeggen, präzision & pünktlichkeit en ze doen hun naam eer al, binnen een halve minuut hebben ze hun medical kit tevoorschijn getoverd mét desinfecterende spullen en al wat niet meer (ik was die van mij al even aan t zoeken, wat met enkel links niet heel handig ging). Ik kan aan hun gezichten zien dat het er niet zo fraai uitziet maar na schoonmaken is het altijd beter, ook het bloeden stopt eindelijk, zou spoelen met gemberthee ook desinfecterend werken? Handen, knieën en schouder hebben gelukkig enkel schaafplekken, volgens de Zwitser ziet m’n gezicht (rechts dan) eruit alsof ik aan een bokswedstrijd heb meegedaan en hij adviseert voorlopig geen selfies te maken. Van dat nieuws fleur ik echt op.. Z’n vrouw kijkt hem verwijtend aan, ik enkel beteuterd, voel me net een klein kind.

Hoe dan ook, Valles Francés hike gaat ’m vandaag duidelijk niet meer worden, rechtsomkeert. Gelukkig is m’n volgende stapelbed daardoor nog ‘maar’ zo’n 1.5 uur lopen, ik doe er desalniettemin best even over en moet ook elke keer uitleg geven. Mensen die me van achteren inhalen (en dat is die dag iedereen) zien m’n gezicht en vragen of dat bloed daar eerder op t pad van mij was.
“Sí, eso es mi sangre. Sí, me he caído, pero estoy bien, gracias…” Beetje gênant, vervuiling van t park bovendien.

Toch wel wat bibberig arriveer ik op plaats van bestemming maar daar gelukkig een warm bad. Figuurlijk dan, al was de douche ook niet slecht. De rest van de middag brengen ze me ijszakken en na een dutje is de hoofdpijn ook wat minder.
Uiteindelijke schade: Pols / hand rechts lijkt gekneusd maar kan ook gewoon super beurs zijn, in ieder geval niet echt bruikbaar, zwelling in m’n gezicht gelukkig al een stuk minder door t ijs (al zie ik nog steeds weinig als ik naar beneden kijk) en is een kleurige combi van rood en blauw, lip is dik en heeft twee flinke gaten maar tanden zitten nog vast en knie is dik en gevoelig. Natuurlijk niet dezelfde knie die sowieso slecht was dus je kunt je wel voorstellen hoe ik erbij loop, niet bepaald atletisch en soepel. Daarnaast mijd ik na een eerste voorzichtige blik de spiegel. De Zwitserse meneer had gelijk, ziet er niet uit.. Hoe ongelukkig kun je vallen.., anderzijds, niets gebroken en ‘s middags zie ik maar liefst twee keer een rescue helicopter over het meer gaan dus ik vind dat ik niet moet zeuren. Bovendien is het weer nog steeds perfect en zittend op de trap van de dome (grote koepeltent met 4 stapelbedden, fijn afgeschermd van elkaar) heb ik prachtig uitzicht op lake Nordernskjöld, tevens krijg ik ‘s avonds zelfs een Pisco Sour als troost toegestopt als ik m’n laatste zak ijs ophaal, alcohol reinigt de mond, toch?

Het geluk wil ook dat ik hier twee nachten had geboekt, dit omdat alles vol zat, dus wat ruimte in het wandelschema. Ik dacht dat het handig zou zijn bij evt slecht weer (hier ‘4 seasons in one day’, Melbourne schijnt er niets bij te zijn), maar dus ook handig bij blessures. Kortom, glas is half vol.

Desalniettemin, ondanks het ijs, de ibuprofen en het volle glas pisco heb ik me wel eens beter gevoeld bij het opstaan, heel rechts is beurs en stijf, en m’n oog zit bijna dicht, was te verwachten. Maar.. na nog weer wat ijs en een goed ontbijt besluit ik dat bewegen waarschijnlijk beter is dan stilzitten en dus ga ik op m’n gemak (ik heb toch de hele dag de tijd) alsnog naar Valle Francés. Eerlijk is eerlijk, het viel niet echt mee (eigenlijk viel het vies tegen) maar als je dan éindelijk toch bovenop bij die mirador bent dan voel je je extra stoer. Als kadootje vallen er met veel gedonder grote stukken ijs en sneeuw naar beneden, indrukwekkend natuur geweld. Ik praat daar wat met een Engels stel dat 12 jaar geleden op exact hetzelfde punt stond, toen sneeuwstorm, kou en niets geen uitzicht, ik kan me er weinig bij voorstellen en prijs mezelf voor de zoveelste keer gelukkig terwijl ik tevreden (en met links) op m’n mueslireep knabbel.

Na lang twijfelen besluit ik de volgende dag toch door te lopen naar Refugio Chileno, de kans dat ik hier nog eens kom is tenslotte klein en bovendien voelt alles ook wat beter. Hand blijft pijnlijk en het is veel klimmen, dus vooral linkerstok gebruiken. 7 uur later arriveer ik op plek van bestemming, ik gebruik m’n beurse gezicht om medelijden op te wekken en wederom het onderste bed te krijgen. Hier 3 hoog stapelbedden en daar hou ik helemaal niet van. Het lukt :-). Ik deel m’n kamer met een groep Japanners die amper een woord Engels spreken, als ik terug kom van de douche is de hele kamer bezaaid met spullen en ze zitten er midden tussen op de grond. Met een hink-stap-sprong kom ik bij m’n bed. Dat vinden ze wel grappig en als ik met behulp van gebaren uitleg dat de douche redelijk warm water heeft raakt er één bijna buiten zinnen. Holland, tulpen, kaas.. Yep, dat zijn wij.. Of ik ook van karaoke hou, kan namelijk via de tablet, ze laat het meteen zien. Nou nee, niet echt. Dat antwoord zorgde even voor een bedrukte sfeer en druk overleg waar ik natuurlijk niets van versta. Ik wijs op m’n boek en naar de zon die nog een beetje schijnt en smeer ‘m snel naar buiten.. Op een rots bij de rivier met prachtig uitzicht op de ‘Torres’ geniet ik van een mooi ‘einde dag momentje’: weer een zonnige dag zonder regen en amper wind en met mooie uitzichten! Feeling blessed en 100% gelukkig.

En nee, dat prachtige weer kon natuurlijk niet aanblijven dus als ik op de laatste dag ‘s morgens rond vier uur vertrek, met als doel de zonsopkomst aan de voet van de drie torens te ervaren, is het bewolkt en het regent bovendien. Terwijl ik daar loop met m’n hoofdlamp op bedenk ik dat ik eigenlijk gek ben. Het is nog 2 tot 2.5 uur omhoog en alles is volledig in de wolken gehuld. Kortom, een half uur later sluip ik weer de kamer op en kruip nog even in m’n slaapzak. Achteraf goed besluit geweest want ik hoor enkel verhalen waarin de woorden ‘steil, koud, nat, geen uitzicht’ voortkomen. In de laatste regendruppels (toch nog m’n spiksplinternieuwe Patagonia regenjack – what’s in the name – aangehad) loop ik van de refugio naar de plek waar de bussen rijden. Zodra ik beneden ben breekt de zon door maar de torens laten zich nog niet zien. Ik verdrijf de wachttijd op de bus met de japanse koffie snoepjes waarvan ik er vanmorgen een handvol kreeg toegestopt terwijl ik me vermaak met het kijken naar de mensen die te paard de weg omhoog gaan, ze moeten een rivier door en het kost moeite om droog te blijven. Arme paarden want hard werken.

Zelf vond ik het af en toe ook hard werken maar dik, dik de moeite waard, zelfs inclusief de blessures. Nu maar hopen dat de foto’s het natuurschoon een beetje willen weergeven. Géén poema tegengekomen (was wel een beter verhaal geweest dan een konijn..), wel guanaco’s, emoe’s en natuurlijk vele condors in de vlucht. Mooi – mooi – mooi. Philippe en Lo, jullie hadden gelijk, de W van Waanzinnige ervaring!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s