dolce far niente

“Wie de kunst beheerst van dolce far niente, ofwel het zalige nietsdoen, beseft dat een leven lang luieren geen voldoening geeft. Het krijgt pas zijn glans bij de gratie van het volle leven met afspraken, verplichtingen en deadlines.” – filosoof Sebastien Valkenberg

Het voordeel van met een auto reizen en niets boeken: dan kun je gewoon linksaf slaan ipv rechtdoor, dan kun je bovendien ’s avonds laat na het werk nog spontaan gaan rijden en zo heb je dan opeens een ‘bonusdag’ in Italië. Waarom toch geen Bilbao? Geen idee, omdat de weersvoorspelling niet ideaal was, of omdat Rozan de avond ervoor een waanzinnig mooi apartement adviseerde aan het Como meer, of simpelweg omdat ik wel van spontaniteit hou? Hoe dan ook, het is dus Italië geworden ipv Spanje.

’s Avonds om 12 uur nog tas inpakken, snelle douche en weg waren we, om de volgende dag rond het middaguur de grens met Italië te passeren. Ternauwernood nog een bekeuring ontlopen want rechtsomkeer bij het zien van een politiepost in Oostenrijk, “Heb je een vignet? Nee, waarom? Omdat je anders 50m verderop 170 euro boete mag gaan betalen.. oké, dan maar even regelen.” Maar buiten dat verliep de reis vlotjes. De veel te sportieve A5, alias witte schicht, deed z’n werk naar behoren en zo stonden we 12 uur later aan de waterkant van het Como meer, in het plaatsje Como zelf. Tegen de dertig graden, wat hapjes met een wijntje en veel meer heeft een mens niet nodig om bij te komen. Vervolgens dan de laatste 15km via de smalle kronkelweg langs het meer naar de plaats van bestemming. Eigenlijk zouden we dus een dagje later arriveren maar de nachtelijke rit, de nattige bewolkte triestheid van Friedrichshafen en de lelijkheid van het aldaar ‘romantische’ hotel met z’n vettige vloer en een temperatuur van 40 graden in de gangen deden ons besluiten meteen maar door te rijden naar de andere kant van de Alpen, snel richting mediterrane sferen. Vaak is even doorzetten beter.

De eindbestemming, een studio – alias voormalige bakkerij in een 18e eeuw vissershuis – ligt in Nesso, direct aan de oever van het diepste meer van Italië. Een studio met een groot boograam en met uitzicht op het meer, vanaf de bank en vanuit bed terwijl je het water tegen de oever hoort klotsen. De oude trappen direct voor de deur leiden je zo het water in. Daar zou ik zomaar aan kunnen wennen, de dag starten met een duik, of (eigenlijk en) na het laatste glas Valpolicella de avond te eindigen met wat baantjes in maanlicht. Zó fijn! Maar ook de grote groene tuin waar je het rijk alleen hebt en heerlijk kunt wegdromen.

Nesso, zo leer ik, is bekend om zijn Orrido di Nesso, een waterval die wordt gevormd door twee bergstromen die samenkomen in het centrum van het plaatsje. Een eeuwenoude stenen trap leidt naar een, minstens zo oude, Romeinse boogbrug die de twee oevers van de waterloop met elkaar verbindt. Wanneer we echter horen dat die brug het decor was van een van de ‘stille’ Hitchcock films wint de Ponte della Civera het voor mij van de waterval. Il labirinto della passione, ofwel the Pleasure Garden, film uit 1925, mooi om te zien. Nu begrijpen we ook waarom de boten op het meer even gas terug nemen, een waterval én een brug met een verhaal, dat moet haast wel als toeristisch hoogtepunt aangemerkt zijn.. Zei zij, die een dag voor vertrek nog nooit van het plaatsje Nesso had gehoord.

FullSizeRender (5)

Maar naast die boten en af en toe een groepje toeristen uit het nabij gelegen Milaan, is Nesso vooral een klein en rustig dorpje met nog geen 1300 ‘Nessesi’. Enige ‘must do’ van de dag was datgene wat we onszelf oplegden, en zelfs dat was volledig eigen belang. Namelijk vóór het middag uur via een fijn slingerweggetje bij de alimentari arriveren. Lopend langs kleine altaartjes, langs oude muren waar je overheen kan spieken als je op je tenen gaat staan, langs bloemen waaraan je gewoon even moet ruiken, oude trappen, dat alles zorgde er meestal voor dat we toch vrij laat arriveerden bij het buurtwinkeltje. Gezien de grote hoeveelheid kinderspeelgoed op de veranda lijkt het tegelijkertijd een openbare crèche te zijn, ertussen wachten de honden op hun baasjes die de laatste nieuwtjes doornemen. Onder andere veel gekakel toen de nachtelijke storm en onweersbuien één van de oude bomen in ‘onze tuin’ velde (en alles wat eronder stond), the talk of the day… Ja, de wolken kunnen hier flink botsen, dat hebben we gemerkt! Echter, de zon schijnt alweer volop en Maria Angela creëert dan ondertussen op ons verzoek een heerlijke ciabatta, vrij vertaald ‘slofje’, met dikke plakken romige gorgonzola en zachte, haast zoete, coppa parma, welke we vervolgens op het terrasje van het barretje even verderop oppeuzelen. Dit tezamen met een caffè macchiato, om vervolgens mee te doen met de lokale heren die al lang en breed aan de Aperol spritz zitten. Althans, de goedkope versie, met witte wijn ipv prosecco, denk ook dat het soda water achterwege werd gelaten.

De Italiaanse krant ( proberen te) lezen stond elke dag weer op de planning maar eigenlijk veel te druk met niets doen, simpelweg genieten of babbelen met de lokalen. Dit laatste loopt meteen de eerste dag volledig uit de hand wanneer we de semi lokale Ier Donald aan de bar ontmoeten. Hij is aan het klussen in het huis wat hij samen met zijn Italiaanse echtgenote gekocht heeft en waar, volgens plan, volgend jaar een aanzienlijke bar met terras en de beste kwaliteitswijnen uit de regio in bedrijf moet zijn. Weet niet helemaal wat zijn korte termijn planning voor die middag was maar tegen de tijd dat we afscheid namen waren er toch echt drie flessen prosecco leeg gedronken dus ik denk niet dat er nog veel geklust is die namiddag. Niet dat wij zelf nog tot veel kwamen, een duik bij een verlaten strandje, siësta, nog een duik bij ons voor de deur, wat lezen, een pizza, nog een duik…. Zoiets dus, je kent ze misschien wel, van die typische vakantie relax dagen Alles mag, niets moet. Alles glijdt van je af. Héérlijk!

Bij ‘onze’ trappen (naast ‘ons’ terrasje bij ‘onze’ tuin, het is goed dat het niet te koop stond want de verleiding is groot) wordt het een drukte van belang wanneer twee Italiaanse families het anker uitgooien en stuk voor stuk van de hoge brug afspringen. Heerlijk dat gekwetter en we applaudisseren net zo hard mee als de jongste z’n eerste sprong maakt. Mooi om vooraf die angst te zien op z’n gezicht, de spanning en daarna de euforie, de trots. Daar hoef je de taal niet voor te beheersen, al maakt het een gesprek natuurlijk wel eenvoudiger. Dat gezegd hebbende, natuurlijk begrepen we heel goed dat ook van ons wel enige actie werd verwacht. We stellen ze niet teleur, tenslotte zijn we een tijdelijke gast in hun land. Wel vind ik één waaghals wel voldoende, en voor de duidelijkheid, dat was ik niet.

Ook al hebben we de luxe dat we in principe elke avond kunnen aanschuiven in de tuin alwaar Laura en Anita drie gangen Italiaanse lekkernijen voorschotelen, we gaan toch graag op pad. Misschien ook wel om die licht irritante keffende hondjes Jolie ( & Brad?) te vermijden. Met name het kerkje aan de overkant van het meer intrigeert en dus besluiten we af en toe, ergens in de middag, de 350+ treden omhoog te lopen, richting doorgaande weg en auto, om vervolgens wat plaatsjes rondom t meer aan te doen. Een tigella als lunch tussen de studenten in Como, een koffie bij de buren waar je door de boeken heen kunt bladeren, en uiteraard een bezoek aan de laatst gebouwde Gotische kerk in Italië, de kathedraal Santa Maria Assunta, ofwel kortweg de dom van Como. We rijden verder, want ondanks de niet aflatende stroom regen willen en moeten we ons dagelijkse uitzicht vanaf de oever en vanuit de studio van dichtbij zien. Het dorpje waar we op uit kijken blijkt Brienno te zijn. Wederom een oud dorps centrum met een netwerk van middeleeuwse galerijen en stenen huizen, niet verdwalen lijkt hier gewoon onmogelijk. Zeker wanneer je begint bij de smalle trappen en doorgangen van het steegje met de veelzeggende naam Via Labirinto…

Het is steil omhoog, direct achter het dorp liggen tenslotte de bergen. We lopen al snel door drassige groene paden, soms ook een stenen pad wat veranderd is in een waterafvoer en elk moment denken we rechtsomkeert te moeten maken, maar… dan opeens na een bocht staan we daar waar we wilden zijn, aan de achterzijde van de kerk en de begraafplaats. Met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal de hoofdingang via de weg een eenvoudiger en snellere route zijn geweest, anderzijds ook minder interessant, nu was de route ernaartoe al een ervaring, zij het een drijfnatte ervaring. Vanaf de begraafplaats heb je een panoramisch uitzicht over het meer, en uiteraard richting Nesso. Geen slechte laatste rustplaats. De kerk van de onbevlekte ontvangenis ( is dat goed vertaald?) is gesloten, we spieken nog naar binnen bij wat altaartjes, al zijn we inmiddels ook wel toe aan aan glas wijn, ergens binnen daar waar het droog is. Dus terug naar de auto, via de hoofduitgang.

Maar de meeste indruk maakte toch wel het kleine Romaanse kerkje van San Martino, uit de tweede helft van de 12e eeuw en gelegen in Careno, een mooi dorpje, gehucht eigenlijk, wat enkel te voet bereikbaar is door de steile trappen. Ook hier lijken de stenen huizen zich haast vast te klampen aan de bergen. We waren eigenlijk op zoek naar een restaurantje voor een late lunch, ik had ook wel ergens iets gelezen over een sleutel en een kerkje maar ik herinnerde het me pas weer pas toen we beneden aan het meer stonden en de eigenaar van het, zo leek het, nog gesloten restaurantje ons de sleutel gaf zodat hij nog wat voorbereidingen kon doen. Aangezien ze al sinds 1987 dezelfde menu serveren zou het met die voorbereidingen wel goed moeten komen en we nemen alle tijd voor het mini kerkje, wetend dat we daarna kunnen aanschuiven. We hebben het rijk alleen en de oudheid, het gefilterde zonlicht door de ramen tezamen met de vervaagde fresco’s zorgen ervoor dat we lang stil zijn. Als je dan daarna ook nog eens verwend wordt met wijn, vis, koffie en limoncello (hoe traditioneel kun je het krijgen) dan rest er na zo’n middag nog maar één ding, namelijk een fles van de huisgemaakte limoncello meenemen (betalen mag niet, genieten wel), onderweg wat kaas kopen en terug naar de studio voor een duik en een siësta.

’s Avonds komt de moeder van Laura de trap af schuifelen. We krijgen in plaats van het gevraagde afwasmiddel frambozen met slagroom. Wat is het leven hier toch anders, het lijkt zo eenvoudig. Natuurlijk is dat deels schijn, ik weet het. Haar dochter heeft MS en een suf baantje bij het postkantoor om toch wat extra geld te verdienen, ze is zelf slecht ter been, die 350+ treden naar de weg moeten voor haar toch echt niet eenvoudig zijn, ze wonen verre van luxe als je het materialistisch bekijkt, maar toch, ze lijken tevreden te zijn met het oude huisje met alle gebreken. Ze genieten van het koken, van het uitzicht, van de rust. Altijd voelt dat weer als een wijze les, de educatie van het reizen. Ik vind maar weinig dingen prettiger dan dat te ervaren, er over na te denken, het leven en de cultuur van anderen te aanschouwen. Wel grappig, want terwijl ik dit schrijf, weken na terugkomst, zittend in m’n tuin, ruik ik opeens een heerlijke geur uit iemands keuken komen, iets wat zelden gebeurd en ik vraag me af wie van mijn buren dit lekkers aan het maken is. Of misschien gebeurt dit wel heel vaak, maar ben ik er te weinig…

Vanuit Nesso rijden we door naar Verona, daar waar we de dag ervoor via Airbnb een appartement in het oude centrum wisten te bemachtigen. En… kaarten voor Aida, een open lucht voorstelling in het eeuwenoude amfitheater. We nemen een laatste duik in het water, inmiddels dusdanig hoog dat het toevallig door ons gevonden strandje is ondergelopen en de trap midden in het water lijkt te staan, halen een laatste broodje van Maria Angela en zetten voor de laatste keer thee met de fluitketel die een boot nabootst zodra het hoogtepunt bereikt is. Die hebben ze vast niet in Verona.. en dat laatste klopte.

Desalniettemin aldaar een mooi en vooral luxueus appartement, van alle gemakken voorzien maar helaas zonder oude details, behalve dan de historie van het gebouw wat een voormalige seksbioscoop is geweest. Rolando, die ik consequent Ronaldo blijf noemen, stond al buiten op ons te wachten, ook hielp hij godzijdank om de auto zonder krassen de parkeergarage in te krijgen. Dat ging op zich nog wel, het vertrek (via een smalle cirkel weer omhoog) baart meer zorgen. Maar dat is voor later. Na uitgebreide info over gebouw en de stad lopen we langs de Adige en via een van de vele bruggen richting het amfitheater, alvast even op verkenning voor de volgende dag. Ze zeggen dat de goede akoestiek per ongeluk ontdekt werd toen een operazanger in 1913 aan het oefenen was voor zijn rol als Radames, de legerkapitein in Aida. Geen idee of het een fabel is of niet maar als dat de reden is het jaarlijks terugkerende opera festival dan word ik er blij van.

We bekijken de monumenten van de Scala dynastie, eten bij een drukke osteria een van de Veronese specialiteiten, Pastissada de caval (gestoofd paardenvlees met polenta), slenteren over Piazza delle Erbe en genieten rond middernacht nog van een koffie op het mooi verlichte Piazza die Signori. Een stad vol met historische en monumentale gebouwen en kerken, dat wordt keuzes maken want we hebben eigenlijk maar één dag en haasten willen we niet. Plannen wil ik sowieso niet en dus zien we wel waar we stranden.

In ieder geval slaan we het balkonnetje van Romeo en Julia over, Shakespeare is er tenslotte zelf ook nooit geweest. Wél bezoeken we klassieke koffie tentjes, de historie druipt er vanaf, en slenteren we in het zonnetje via Castelvecchio (de bakstenen Scaligeri burcht) naar de basiliek van San Zeno Maggiore. Om de hoek natuurlijk weer een osteria waar we niet aan voorbij konden lopen en wat happen en wijntjes verder arriveren we dan alsnog bij de imposante basiliek. Overigens tegelijk met een bruidspaar, dus veel tijd om de blijkbaar bekende oorspronkelijke deuren te bekijken hadden we niet. Anderzijds, leuk om mee te maken en je kon gewoon de kerk in via de best wel indrukwekkende kruisgang. Terwijl ik door de catacomben liep werden ze direct boven mij in de echt verbonden.

Ook lang gedwaald en verwonderd in de St. Anastasia kerk, een gotische dominicanen kerk met haast ontelbaar veel altaren en fresco’s, o.a. van Sint-Joris die de draak verslaat. Natuurlijk ook langs de Duomo maar dan moeten we er toch echt een beetje de vaart erin zetten want Aida wacht niet. Om de hoek van ons appartement een snelle maar verrukkelijke risotto all’ Amarone bij Cafe Carducci, misschien wel het ultieme gerecht bij de lekkerste wijn uit Italië, Valpolicella. Deze laatste nemen we ook mee naar de Arena, evenals kussentjes van het bankstel. Tenslotte duurt de voorstelling ruim 4 uur dus die stenen trappen zullen op een gegeven moment best hard aanvoelen, bovendien lijkt het een soort van normaal want je ziet iedereen met kussentjes onder de arm rondlopen. Wij doen dus gewoon mee. Eenmaal daar staat er een megarij, maar we piepen ongegeneerd voor (we kwamen tenslotte van rechts) en zijn zo supersnel ‘binnen’.

Aida in de Arena di Verona, dat is toch wel zo’n beetje het summum van de opera zou je denken. Anderzijds, misschien voor de echte kenners ook wel een toeristisch georiënteerd massa spektakel ipv echte operakunst? Ik weet het niet, ben geen kenner. Niettemin, een unieke atmosfeer, eerste klas zangers (vond ik tenminste), en extravagante massascènes die de zang en het verhaal extra dimensie gaven.

Het was een soort moderne, futuristische productie en interpretatie van een Catalaanse theatergroep en via discrete schermen zag je de libretto vertaald in het Engels. Alleen al het idee dat 2000 jaar lang er mensen deze arena betreden en dat Aida hier al sinds 1913 elk jaar wordt opgevoerd, meer dan 650 voorstellingen… dat alleen bezorgde me al kippenvel. En eigenlijk bleef het kippenvel gedurende de hele avond, zeker toen het donker werd en de maan tevoorschijn kwam, toen we iets meer plaats kregen door vertrekkende mensen die wellicht niet de luxe van een appartementje om de hoek hadden, en toen ik zo in het verhaal zat dat de tranen over m’n wangen biggelden. Mooi maar ook zo verdrietig, zo vermengt met het leven.

Vreemd genoeg moest ik ook in een flits denken aan die scène van Pretty Woman, wanneer Richard Gere zijn pretty woman meeneemt naar een opera voorstelling, ook bij haar tranen. You love it or you hate it, maar wie kan dit nu niet mooi vinden?

Een mooiere afsluiting van deze spontane trip naar Italië kan ik me in ieder geval niet bedenken.

FullSizeRender (12)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s